Wat zijn de zekerheden bij een vastgoedbelegging via hypotheekrecht?

Bij een vastgoedbelegging via hypotheekrecht heeft de financier het recht om het onderpand te verkopen als de lener zijn verplichtingen niet nakomt. Dit geeft investeerders een concrete, juridisch verankerde zekerheid op het ingezette kapitaal. Hypotheekrecht is daarmee een van de meest directe vormen van zekerheid bij vastgoedfinanciering, maar het is niet de enige. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over zekerheden bij vastgoedfinanciering, van hypotheekrecht tot aanvullende zekerheden bij een overbruggingskrediet op maat.

Hoe werkt hypotheekrecht als zekerheid bij vastgoedfinanciering?

Hypotheekrecht is een zakelijk recht dat een financier de bevoegdheid geeft om een onroerende zaak te verkopen als de lener zijn betalingsverplichtingen niet nakomt. Het recht wordt gevestigd via een notariële akte en ingeschreven in het Kadaster. Dit maakt hypotheekrecht een sterke en juridisch afdwingbare zekerheid voor iedereen die kapitaal verstrekt voor vastgoedfinancieringen.

In de praktijk werkt het als volgt: de vastgoedondernemer draagt het eigendom van het pand niet over, maar stelt het wel als onderpand. De financier krijgt via het hypotheekrecht het recht van parate executie. Dat betekent dat hij het pand zonder tussenkomst van de rechter kan laten veilen als de lener zijn verplichtingen niet nakomt.

Voor investeerders die via een platform zoals Brugkrediet kapitaal inzetten in vastgoedfinancieringen, is dit een belangrijk beschermingsmechanisme. Het vastgoed fungeert als tastbaar onderpand, en het hypotheekrecht zorgt ervoor dat de zekerheid ook juridisch afdwingbaar is.

Wat is het verschil tussen eerste en tweede hypotheekrecht?

Het verschil tussen eerste en tweede hypotheekrecht zit in de rangorde bij executie. De houder van het eerste hypotheekrecht heeft bij een gedwongen verkoop het recht om als eerste te worden voldaan uit de verkoopopbrengst. De houder van het tweede hypotheekrecht ontvangt pas wat er overblijft nadat de eerste hypotheekhouder volledig is betaald.

Dit rangverschil heeft directe gevolgen voor het risicoprofiel van een investering. Bij een eerste hypotheekrecht is de kans groter dat je als financier volledig wordt terugbetaald, zelfs als de verkoopopbrengst tegenvalt. Bij een tweede hypotheekrecht loop je meer risico, wat financiers doorgaans compenseren met een hogere rente.

Bij de beoordeling van een vastgoedfinanciering kijkt Brugkrediet daarom altijd naar de positie van het hypotheekrecht en de verhouding tussen de financiering en de waarde van het onderpand. Een sterke eerste hypotheekpositie met een gezonde loan-to-value (LTV)-verhouding biedt investeerders meer zekerheid dan een tweede hypotheekrecht op een zwaar belast pand.

Welke aanvullende zekerheden worden naast hypotheekrecht gevraagd?

Naast hypotheekrecht vragen financiers bij vastgoedleningen vaak aanvullende zekerheden om het risico verder te beperken. Deze extra zekerheden versterken de positie van de financier als het project niet verloopt zoals gepland.

Veelvoorkomende aanvullende zekerheden zijn:

  • Pandrecht op huurpenningen: de financier krijgt recht op de huurinkomsten als de lener in gebreke blijft
  • Borgstelling: een persoonlijke of zakelijke garantie van de ondernemer of een derde partij
  • Pandrecht op aandelen: bij projecten via een BV kan de financier pandrecht op de aandelen van de projectvennootschap krijgen
  • Verpanding van bouwdepot of rekening-courant: bij renovatie- of bouwprojecten kan het depot worden verpand
  • Cessie van vorderingen: overdracht van toekomstige verkoopopbrengsten of andere vorderingen als zekerheid

Welke combinatie van zekerheden wordt gevraagd, hangt af van het project, de LTV, de exitstrategie en het risicoprofiel van de lener. Hoe meer zekerheden er zijn, hoe beter de positie van de investeerder bij onverhoopte tegenvallers.

Hoe bepaalt een financier de waarde van het onderpand?

Een financier bepaalt de waarde van het onderpand op basis van een onafhankelijke taxatie door een gecertificeerde taxateur. De taxateur stelt de marktwaarde vast, soms aangevuld met een executiewaarde. Die executiewaarde is doorgaans lager dan de marktwaarde en geeft een realistisch beeld van wat het pand bij een gedwongen verkoop zou opbrengen.

Op basis van de taxatiewaarde berekent de financier de loan-to-value (LTV): de verhouding tussen de lening en de waarde van het onderpand. Bij vastgoedfinancieringen hanteert men doorgaans een maximale LTV van 70 tot 80 procent. Dit betekent dat de financiering niet meer bedraagt dan 70 tot 80 procent van de getaxeerde waarde, zodat er bij een gedwongen verkoop voldoende buffer is.

Bij transformatie- of renovatieprojecten kan de financier ook kijken naar de after-repair value (ARV): de verwachte waarde na voltooiing van de werkzaamheden. Dit geeft een breder beeld van het potentieel van het project, maar brengt ook meer onzekerheid met zich mee. Financiers wegen dit zorgvuldig af in hun beoordeling.

Wat gebeurt er met de zekerheden als een project niet wordt afgerond?

Als een vastgoedproject niet wordt afgerond en de lener zijn verplichtingen niet nakomt, kan de financier de zekerheden uitwinnen. Bij hypotheekrecht betekent dit dat het pand executoriaal wordt verkocht. De opbrengst gaat naar de financier, in volgorde van hypotheekrangorde. Wat overblijft na aflossing van de schuld, gaat naar de lener of andere schuldeisers.

In de praktijk is executie een laatste redmiddel. Financiers proberen eerst in overleg te treden om tot een oplossing te komen, bijvoorbeeld door de looptijd te verlengen of een alternatieve exit te zoeken. Toch is het belangrijk dat investeerders begrijpen dat ook bij een sterke zekerheidsstructuur een executie nooit volledig risicovrij is. De uiteindelijke verkoopopbrengst is afhankelijk van marktomstandigheden op het moment van executie.

Daarom is een realistische exitstrategie bij aanvang van de financiering zo belangrijk. Bij Brugkrediet beoordeelt RNHB als financier elke aanvraag zorgvuldig, waarbij de haalbaarheid van de exit een centrale rol speelt. Meer over hoe dit proces werkt, lees je op de pagina over onze werkwijze.

Welke zekerheden gelden specifiek bij een overbruggingskrediet op maat?

Bij een overbruggingskrediet op maat gelden dezelfde basisprincipes als bij andere vastgoedfinancieringen: hypotheekrecht op het onderpand staat centraal, aangevuld met eventuele extra zekerheden afhankelijk van het project. Wat een overbruggingskrediet op maat onderscheidt, is de flexibele structuur waarbij de looptijd, het aflossingsschema en het moment van rentebetaling worden afgestemd op het specifieke project.

Via het product Brugkrediet op Maat, ontwikkeld in samenwerking met RNHB, bepaalt de vastgoedondernemer zelf de kredietvoorwaarden binnen de gestelde kaders. Rente kan worden betaald tijdens de looptijd of aan het einde, gecombineerd met een exitvergoeding. Dit sluit aan op de cashflowsituatie van het project.

Voor investeerders die via dit product kapitaal inzetten, betekent dit dat de zekerheidsstructuur per project kan variëren. Relevante factoren zijn:

  • De hoogte van de LTV ten opzichte van de getaxeerde waarde
  • De positie van het hypotheekrecht (eerste of tweede)
  • De aanvullende zekerheden die per project worden overeengekomen
  • De kwaliteit en haalbaarheid van de exitstrategie
  • De looptijd en het type project (aankoop, renovatie, transformatie of herfinanciering)

Meer informatie over de financieringsstructuur en wat er per project wordt beoordeeld, vind je op de pagina over vastgoedfinanciering via Brugkrediet.

Hoe helpt Brugkrediet met zekerheden bij vastgoedfinanciering?

Brugkrediet maakt vastgoedfinancieringen mogelijk waarbij investeerders met een minimum van €100.000 kapitaal beschikbaar stellen voor vastgoedprojecten, met vastgoed als onderpand en een duidelijke zekerheidsstructuur. RNHB beoordeelt elk project als financier en creditbeoordelaar, zodat investeerders inzicht krijgen in het onderpand, de LTV, de zekerheden en de exitstrategie voordat ze een beslissing nemen.

Wat investeerders via Brugkrediet kunnen verwachten:

  • Hypotheekrecht op het vastgoed als primaire zekerheid
  • Een vooraf beoordeelde LTV op basis van onafhankelijke taxatie
  • Transparantie over de rangorde van het hypotheekrecht en aanvullende zekerheden
  • Een duidelijke exitstrategie die onderdeel is van de financieringsstructuur
  • Vaste rente over de looptijd van de financiering

Ben je een ervaren investeerder met minimaal €100.000 beschikbaar en wil je weten welke mogelijkheden er zijn om kapitaal in te zetten in vastgoedfinancieringen? Neem contact op en bespreek de mogelijkheden rechtstreeks met ons team.

Brugkrediet

Hallo, welkom bij Brugkrediet!

Wat kunnen we voor je doen?